Cryonisme
Je lichaam laten invriezen na overlijden
Er zijn mensen die ervoor kiezen om hun lichaam na overlijden te laten conserveren bij extreem lage temperaturen. Deze mensen (cryonisten) hopen dat de medische wetenschap zich in de toekomst zó ontwikkelt dat herstel mogelijk wordt.
In Nederland staat de Wet op de lijkbezorging niet toe dat een lichaam langdurig wordt bewaard, tenzij dit direct voor wetenschappelijk onderzoek gebeurt. Daarom moeten Nederlanders die voor cryonisme kiezen worden overgebracht naar het buitenland. In de Verenigde Staten zijn meerdere organisaties actief, en inmiddels is er ook een aanbieder in Duitsland.
Cryonisten zijn zich ervan bewust dat zij feitelijk deelnemen aan een experiment. Op dit moment is het onmogelijk om een overleden persoon weer tot leven te brengen. Er bestaan geen garanties dat dit in de toekomst wel kan.
Belangrijk om te weten
Cryonisten hopen op toekomstig medisch herstel
De procedure moet direct na overlijden starten
Nederlanders kunnen alleen in het buitenland worden geconserveerd
Er is geen garantie op succes
Wachtlijsten
In oudere publicaties werd gesproken over wachtlijsten. In de praktijk werken de huidige organisaties met contracten vooraf. Wie cryonisme overweegt, moet tijdens het leven een overeenkomst sluiten en de financiering volledig regelen.
Er zijn op dit moment geen formele wachtlijsten zoals bij medische behandelingen. Wel kan een organisatie een lichaam weigeren wanneer niet aan de voorwaarden wordt voldaan of wanneer logistieke omstandigheden het onmogelijk maken om op tijd te starten.
Drie fasen van de dood
Cryonisten onderscheiden de dood in drie fasen:
- In de eerste fase stoppen ademhaling en bloedsomloop en klopt het hart niet meer. Dit zijn de eerste momenten na het overlijden, waarin soms nog wordt geprobeerd iemand te redden.
- De tweede fase is het moment waarop het niet meer mogelijk is om het hart weer op gang te brengen.
- In de derde en laatste fase zijn alle lichaamscellen afgestorven.
Voor cryonisten is het belangrijk dat de conservering zo vroeg mogelijk start, idealiter in fase twee. Het uitgangspunt is dat zolang neurale structuren (zoals synapsen) nog intact zijn, de informatie in de hersenen, waarin geheugen en identiteit liggen opgeslagen, in theorie behouden kan blijven.
Hoe werkt het?
Omdat langdurige bewaring in Nederland niet is toegestaan, moet het lichaam na overlijden zo snel mogelijk worden overgebracht naar een buitenlandse organisatie. Na het vaststellen van het overlijden wordt doorgaans:
- zo snel mogelijk gestart met koeling;
- de bloedsomloop tijdelijk ondersteund;
- het bloed (gedeeltelijk) vervangen door cryoprotectieve vloeistoffen (vitrificatie) om ijskristalvorming te beperken;
- het lichaam geleidelijk afgekoeld tot ongeveer -196°C;
- het lichaam bewaard in een speciale stikstoftank (dewar), waarbij stikstof regelmatig wordt aangevuld.
Snel handelen is essentieel. Daarom dragen sommige cryonisten een armband of hanger met noodcontactgegevens, zodat nabestaanden of hulpverleners direct de juiste organisatie kunnen waarschuwen.
Wat kost het?
De bedragen in oudere artikelen zijn inmiddels verouderd. Indicatieve tarieven in 2025:
Verenigde Staten
- Alleen hoofd (neuro): vanaf circa .80.000.
- Heel lichaam: vanaf circa 200.000.
Duitsland (Tomorrow Biostasis)
- Neuro: ongeveer €60.000 – €80.000.
- Heel lichaam: ongeveer €150.000 – €200.000.
Bij sommige aanbieders lijkt het basistarief lager, maar bijkomende kosten voor standby, transport en juridische afhandeling zorgen ervoor dat de totale kosten voor Nederlanders meestal tussen de €100.000 en €250.000 liggen.
Vaak wordt dit gefinancierd via een levensverzekering. Let op, dit vraagt wel de nodige juridische kennis.
Cryonisme in Nederland
Cryonisme zelf is in Nederland niet toegestaan als vorm van lijkbezorging. De Wet op de lijkbezorging schrijft voor dat een lichaam binnen een bepaalde termijn moet worden begraven of gecremeerd. Langdurige bewaring, zoals bij cryopreservatie, is alleen toegestaan wanneer dit direct dient voor wetenschappelijk onderzoek binnen erkende instellingen.
Dat betekent niet dat cryonisme verboden is voor Nederlanders, maar wel dat de procedure hier niet mag plaatsvinden. Wie hiervoor kiest, moet daarom vooraf een contract afsluiten met een buitenlandse organisatie en zorgen dat snelle overbrenging na overlijden mogelijk is.
De praktische uitvoering vraagt veel voorbereiding. Omdat de conservering idealiter binnen enkele uren moet starten, is logistiek maatwerk noodzakelijk. Bij overlijden in een ziekenhuis, hospice of thuissituatie moet direct contact worden opgenomen met de betreffende organisatie of het standby-team. Vervolgens moet het lichaam zo snel mogelijk worden gekoeld en vervoerd.
Daarnaast moet rekening worden gehouden met:
- Internationale transportregels voor overledenen.
- Medische en juridische documentatie.
- Eventuele vertraging door overlijden in het weekend of op feestdagen.
- De mogelijkheid dat een organisatie het lichaam alsnog weigert.
Omdat de procedure snel moet worden opgestart, is het belangrijk dat je jouw wens duidelijk vastlegt en bespreekt met je naasten. Zonder goede voorbereiding kan het in de praktijk lastig blijken om alles tijdig te organiseren.
Afscheid nemen van overleden cryonist
Omdat de procedure snel moet starten, idealiter binnen enkele uren, is er meestal geen mogelijkheid voor een traditionele opbaring. Nabestaanden kunnen wel een herdenkingsdienst organiseren, maar zonder het lichaam.
De geschiedenis
Het idee achter cryonisme kreeg brede aandacht in 1964, toen de Amerikaanse natuurkundeleraar Robert Ettinger zijn boek The Prospect of Immortality publiceerde. In dit werk stelde hij dat mensen die direct na hun overlijden bij zeer lage temperaturen worden geconserveerd, mogelijk in de toekomst zouden kunnen worden hersteld – mits de medische wetenschap zich voldoende ontwikkelt.
Zijn gedachte was gebaseerd op het principe dat biologische structuren soms beter behouden blijven dan aanvankelijk werd aangenomen. In de natuur bestaan organismen die extreme kou kunnen overleven. Hoewel dit niet vergelijkbaar is met menselijke cryopreservatie, vormde het een inspiratiebron voor verdere speculatie en onderzoek.
Eerste menselijke conservering
In 1967 werd de Amerikaan James Bedford de eerste persoon die na zijn overlijden cryonisch werd geconserveerd. Zijn lichaam werd ondergebracht bij een van de vroege cryonics-organisaties. Hij wordt nog steeds bewaard en geldt als het eerste historische voorbeeld van deze praktijk.
De beginperiode van cryonisme verliep echter onrustig. In de jaren zeventig ontstonden bij een Amerikaanse aanbieder financiële problemen. Door onvoldoende middelen werd het onderhoud van de stikstoftanks niet op peil gehouden. Dit leidde tot ernstige schade aan meerdere geconserveerde lichamen. Het incident kreeg brede media-aandacht en bracht de jonge beweging in diskrediet.
Professionalisering en nieuwe theorieën
Na deze periode werd cryonisme organisatorisch strakker ingericht. Aanbieders gingen werken met langetermijnfondsen en strengere financiële constructies om continuïteit te waarborgen.
In de jaren tachtig kreeg het onderwerp nieuwe theoretische onderbouwing door publicaties over nanotechnologie. Daarbij werd gespeculeerd over toekomstige microscopisch kleine technologieën die beschadigde cellen mogelijk zouden kunnen herstellen. Deze ideeën zijn tot op heden theoretisch en niet praktisch toepasbaar, maar ze droegen bij aan de verdere ontwikkeling van het gedachtegoed.
Van invriezen naar vitrificatie
Waar in de beginjaren daadwerkelijk werd gesproken over “invriezen”, wordt tegenwoordig een techniek toegepast die vitrificatie heet. Daarbij worden speciale vloeistoffen gebruikt om de vorming van ijskristallen te beperken. Het weefsel gaat daarbij over in een glasachtige toestand bij zeer lage temperatuur.
Hoewel deze methode minder structurele schade veroorzaakt dan klassiek invriezen, bestaat er nog geen technologie waarmee een mens na cryopreservatie weer tot leven kan worden gebracht.
Huidige stand van zaken
Cryonisme bestaat inmiddels ruim zestig jaar. De techniek is verfijnd en organisaties werken professioneler dan in de beginperiode. Toch blijft het uitgangspunt speculatief: er is tot nu toe geen enkel geval bekend van succesvolle reanimatie na langdurige cryopreservatie.
De praktijk bevindt zich daarmee op het grensvlak van wetenschap, toekomstvisie en persoonlijke overtuiging.